![]() |
|
De oefentherapeut Cesar: uw bewegingscoach Als u uw lichaam niet goed gebruikt of belast, al dan niet als gevolg van een aandoening, loopt u een sterk verhoogde kans op klachten aan het bewegingsapparaat. Oefentherapie kan dan mogelijk uitkomst bieden. Oefentherapie Cesar is een paramedische behandelmethode, gespecialiseerd in houding en beweging. De oefentherapeut richt zich op het verbeteren van de individuele houdings- en bewegingsgewoonten. Daarbij staan u en uw eigen mogelijkheden centraal. U ontdekt onder begeleiding van de oefentherapeut hoe u uw houding en manier van bewegen kunt verbeteren. Zo leert u hoe u met uw klachten kunt omgaan. U krijgt oefeningen en adviezen die u kunt toepassen in uw dagelijks leven om weer zo optimaal mogelijk te kunnen functioneren. Directe Toegankelijkheid Oefentherapie maakt Oefentherapie voor iedereen rechtstreeks bereikbaar Rechtstreeks naar de oefentherapeut Cesar zonder dat de patiënt eerst naar de (huis) arts moet voor een verwijsbrief. Kort samengevat is dat Directe Toegankelijkheid Oefentherapie (DTO).
Wat is DTO? Mensen met klachten die samenhangen met houding en beweging, weten zelf vaak heel goed wat ze nodig hebben. Voor veel van deze patiënten is oefentherapie de aangewezen behandeling. Oefentherapeuten zijn bewegingsspecialisten bij uitstek. Zij kijken naar het verband tussen klacht, lichaamshouding en bewegingsgewoontes en stellen voor elke patiënt een individueel behandelprogramma samen. DTO geeft patiënten de vrijheid om zelf, op eigen initiatief en zonder tussenkomst van de huisarts, een oefentherapeut in te schakelen. Voortaan kan de patiënt de kortste weg naar de juiste behandeling nemen en, samen met de oefentherapeut, zo snel mogelijk aan zijn herstel gaan werken. Hoe gaat DTO in z'n werk? De patiënt die zich rechtstreeks heeft aangemeld, zal door de oefentherapeut eerst zorgvuldig worden gescreend. Deze screening moet aan het licht brengen of de patiënt met zijn klachten bij de oefentherapeut inderdaad aan het juiste adres is. Deze stap is dus heel belangrijk. Want blijkt er iets anders aan de hand te zijn, bijvoorbeeld een aandoening waarvoor oefentherapie (nog) niet is geïndiceerd, dan moet dat natuurlijk zo snel mogelijk helder zijn. In zo'n geval krijgt de patiënt het advies om alsnog naar de arts te gaan. In alle andere gevallen volgt stap twee, waarin de oefentherapeut nader onderzoekt of oefentherapie voor de betreffende patiënt zinvol is. Zodra dat vaststaat, zal de oefentherapeut met de patiënt concrete afspraken maken over bijvoorbeeld de aard, de start, de duur en het te bereiken doel van de behandeling.
|